dinsdag 3 april 2012

Passiebloemen en wiskunde


In onze tuin groeit een passiebloem. Ik vind dat de mooiste bloem op aarde. De kleuren, de symmetrie, de vormen. God kon het niet mooier maken. Wat mij ook fascineert in deze bloem is de wiskunde erin. De bloem telt 10 kelkbladeren (5 onder en 5 daarboven, om en om), 5 meeldraden en een 3-hoekige stamper met 3 stijlen. Het aantal kroonbladeren (die paars-wit-lila kokertjes) heb ik nooit geteld, maar het zou me niet verbazen als het aantal precies een veelvoud van 5 blijkt te zijn. Of… dat dat aantal een Fibonacci-getal blijkt te zijn.
Want als ik de getallen 3 en 5 in de natuur zie denk ik direct aan de reeks van Fibonacci. Het eerste Fibonacci-getal is 0, het tweede 1. Voor elk n-de Fibonacci-getal daarna geldt dat het de som is van de twee voorgaande. Zo krijg je:
0 | 1 | 1 | 2 | 3 | 5 | 8 | 13 | 21 | 34 | 55 | 89 | etc.
Deze getallen blijken in de natuur veel voor te komen. Voorbeelden: een iris heeft 3 kroonbladeren, een boterbloem 5, jacobskruiskruid 8, cineraria 13, chichorei 21, moederkruid 34, aster 55 of 89.
Dat deze getallen in de natuur voorkomen is niet voor niets. Het heeft te maken met een zodanige verdeling van de ruimte dat de bladeren (of bloemen) het meeste licht van de zon ontvangen. In combinatie met het voorgaande heeft het ook te maken met het groeien en daardoor ‘wegduwen’ van eerder ontstane bladeren, stengels of zelfs pitten.
De pitten in een uitgebloeide zonnebloem vormen daar een prachtig voorbeeld van. De pitten lijken in spiralen gerangschikt te zijn. Je kunt één spiraal naar rechts volgen, maar ook één naar links. Tel je het aantal spiralen dat naar rechts buigt en tel je die naar links buigen, dan kom je op verschillende aantallen uit. Die twee aantallen blijken getallen uit de reeks van Fibonacci te zijn!
Mooi hè?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten