Posts tonen met het label psychologie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label psychologie. Alle posts tonen

vrijdag 30 augustus 2013

Kwadrantencultuur



We leven in een kwadrantencultuur.
Teken een x- en y-as, elkaar snijdend in coördinaat (0,0) en je hebt vier kwadranten.
Zet bij beide assen een adjectief en verzin vervolgens bij elk kwadrant een paar kernwoorden.
Ziedaar, je hebt een constructie waar je een cursusje mee kunt vullen.
Het kan over van alles gaan. Karakters, cultuur in een organisatie, actiebereidwilligheid, geloof, kansen/bedreigingen, tijdmanagement, leiderschap, politieke voorkeur en ga zo maar door.
Voorbeeldje dat ik nu ter plekke verzin: humor.
X-as: plat – intelligent. Y-as: passief – actief.
Verzin zelf maar de plaatsen van de kruisjes voor de volgende mensen: clown, de glimlacher, de moppentapper, de cabaretier, de zuurpruim. Verzin er zelf nog maar een paar figuranten bij...

Het lekkere van kwadranten is het feest van herkenning dat altijd optreedt.
Je ziet een complex geheel van gedachten over iets ineens teruggebracht tot twee dimensies. En er is altijd wel een kwadrant waarin je jezelf, je gezin, je organisatie of wat ook maar in herkent. Yes, dat ben ik! Yes, zo werkt dat! Yes, zo gaat dat bij ons!
En tegelijk herken je ook de complementen daarvan. Ineens lijkt de wereld eenvoudig en behapbaar. Hokjes of kwadranten, you name it. Er is altijd wel iets veiligs of iets verlangbaars te ontdekken. En je krijgt maar zo het gevoel van: Wow, wat een eye-opener.

Vaak zijn die kwadranten-viertallen gericht op verandering. Ze geven behalve een status quo van een werkelijkheid tegelijk ook ideeën voor verandering. “Kom jij maar eens uit dat kwadrantje!” als je durft. Ze geven ook begrip voor de medemens. Ach ja, dat ben jij daar, in dat andere kwadrantje. Ik hou van je, hoor. Mét al je afwijkingen...

De werkelijkheid in het klein, daar houden we van. Daar valt veilig over te discussiëren. Dat geeft rust. Want ondertussen denk je steeds: “Ik blijf toch maar veilig in m’n eigen kwadrantje. Wat ze ook lullen. En ik lul lekker mee.” Lekker belangrijk. Eh... lekker urgent.

woensdag 20 juni 2012

Karaktervorming


Iedereen heeft een karakter. Althans, daar gaan we van uit, dat nemen we aan, dat hebben we zo geleerd. In de psychologie bestaan er zelfs allerlei benamingen voor: flegmatisch, melancholisch, sanguïnisch, cholerisch, introvert, extravert, et cetera.
Kan het Woord van God ingrijpen op dat karakter? Kan God karakters veranderen? Kan God een driftig type geduldig maken? Kan iemand van introvert extravert worden? Wíl God überhaupt dat ons karakter door zijn toedoen verandert? Of moeten we het karakter dat iemand nu eenmaal heeft voor lief nemen en enkel de negatieve uitwassen daarvan te lijf gaan met Gods evangelie?
Lastige materie. Vooral als je wat inzoomt op hoe karakters worden gevormd. Vrijwel alle psychologen, zelfs de seculiere, zijn het erover eens dat die karaktervorming begint bij je vroege jeugd. De liefde die je al of niet ervaren hebt. De teleurstellingen die je hebt moeten verwerken. De traumatische ervaringen die je had. Hoe je gezinsleven in elkaar stak. Welke plek je in je gezin had. Of je op school gepest werd. Welke verwachtingen je ouders van je hadden. Ik kan nog wel even doorgaan. En anders jij wel.
Wat mij intrigeert is het feit dat al die karaktervormende gebeurtenissen uiteindelijk te maken hebben met zonde en vergeving, met liefde en vertrouwen.
Al die mensen die ons zus of zo bejegenden, al die keren dat wij anderen zus of zo bejegenden. Zus of zo: goed of juist slecht. Het is één grillige warboel van zonde en soms liefde.
En dan is daar God in ons leven: onveranderlijk, vol onmetelijke liefde, volledig vergevingsgezind, met een volmaakt karakter. De volmaakte vader, broer, zus, oom, collega, kennis, buurman, verre naaste.
Aan de ene kant verbleken daarbij onze onderlinge karakterverschilletjes volledig. Aan de andere kant plaatst dat onze onderlinge karakterschillen in een gigantisch bevrijdend licht: de ander is als ikzelf. Niet meer, niet minder. Niet slechter, niet beter.
We hoeven niet meer bang te zijn. We hoeven ons niet meer bij voorbaat te beschermen tegen mogelijke kwetsingen door anderen. Nee, we kunnen gaan liefhebben. Nee, da’s te mooi. We kunnen gaan begínnen met liefhebben. Een heel klein beginnetje, in die tachtig, negentig jaren dat we leven. Nog geen procentje van de eeuwigheid. Maar troosten ons zolang met deze wetenschap: daarna barst het helemaal los!

Ik werd geïnspireerd tot deze blog door Jos Douma: http://josdouma.wordpress.com/2012/06/20/gezocht-een-kerk-die-jouw-karakter-vormt-4/#comment-1504