Posts tonen met het label hemel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hemel. Alle posts tonen

vrijdag 2 november 2012

Gute Nacht Freunde



Een collega van mij plaatste kort na 12.00 uur ’s nacht een post op Facebook met de tekst van de eindtune van Met het Oog op Morgen:

Gute nacht, Freunde,
Es wird Zeit für mich zo gehen
Was ich noch zu sagen hätte
Dauert eine Zigarette
Und ein letztes Glas im Stehen

“Nostalgie blijft”, schreef hij erbij.
Nou inderdaad. Nostalgie ten top!
Eind jaren ’70 luisterde ik dagelijks in mijn bed op de voorzolder naar Met het oog op morgen en vormde die eindtune voor mij de afsluiting van de dag.
Dat werd nog eens versterkt toen café De Karseboom in Amersfoort dit ook als eindtune koos om half twee ’s nachts.
Het liedje drukt het toppunt van weemoed uit. Een gevoel wat zo goed past bij het einde van een heerlijke dag of avond.
De zanger weet dat het tijd is. Hij moet gaan. Ze gaan de tent sluiten. Maar hij weet de tijd nog te rekken door een sigaret op te steken. Da’s toch weer zeven minuten. Maar nóg is zijn verlangen naar continuering van de gezelligheid niet bevredigd. Hij gaat vast staan, maar bestelt nog gauw even – voor het sluiten van de tap – een laatste pilsje. Hij weet: het zal hem gegund worden die nog leeg te drinken. Terwijl hij alles toch al gezegd heeft… Hij wil het moment vasthouden van de sfeer waarin hij alles kon zeggen wat hij zeggen wilde. Te midden van zijn vrienden. Of samen met zijn vriend. Ze hadden hun levens weer eens doorgenomen met elkaar. En niet dat nu alle troubles ineens waren opgelost, nee, maar hij had ze kunnen delen. Hij had kunnen bemoedigen en was bemoedigd. En de gedronken biertjes gaven de glans erover die God bedoelde toen hij alcohol schiep...
Herinneringen aan zulke momenten vormen een van de ingrediënten voor de gevoelswaarde van het woordje ‘nostalgie’.
Nostalgie draagt ook iets droevigs in zich. Zoiets van: zo was het maar het zal nooit meer terugkeren. Misschien is dat dus ook een onderdeel van wat ‘hemel’ is: het einde van nostalgie, want: de vervulling van nostalgie. Geen weemoed meer, geen tijd rekken om het moment vast te houden. Want het moment is vol van vervulling van alle verlangens. Doe mij zo’n hemel!

dinsdag 10 april 2012

Mijn moeder ten grave gedragen


Vanmorgen mijn moeder ten grave gedragen. Zo heet dat. Dood was ze al zes dagen. Wat voegde het dus nog toe? Eigenlijk vooral dit: dat ik, haar zoon, met mijn vrouw en de zes kinderen die wij kregen, met ons achten daar waren. Da’s indrukwekkend. Wat doen we nog met z’n achten? Eigenlijk niets meer. Dát dus wel. Oma en mamma begraven. Haar lichaam de grond in laten zakken terwijl ze al lang en breed in de hemel zit… Zit. Want zo ken ik haar de laatste jaren, zittend. Pappa schuifelend door het huis en mamma zittend op haar verstelbare stoel.
’t Was een mooie begrafenis. Maar op een enkele opkomende snik in m’n keel na, bleven mijn emoties uit.
Totdat ik op Facebook deze prachtige foto van mijn collega Jaap Meijer zag:
Ik reageerde erop met: “Jaap, heb vandaag mijn moeder begraven. Deze foto is een perfecte verbeelding van mijn gevoelens tijdens deze dag. Bedankt.”
Een uur later bekeek ik – alleen – nog eens aandachtig de foto. Ik herkende in de grote, brede boom mijn moeder, met haar brede takken beschutting biedend aan ons gezin. In de smalle bomen zag ik mijn vader verbeeld, dun, alleen, in tweeën gesplitst en op enige afstand van mijn moeder. In de rechte smalle boom zag ik hem zoals hij zich naar buiten uit: recht, dogmatisch, emotieloos. In de wat kronkelige boom daarnaast zag ik zijn alter ego, verborgen voor de mensen: met allerlei moeiten, gedachten en diepe emoties. Ik herkende mezelf… En in de vurige lucht boven de horizon las ik de glorende Hoop die zij en ik kennen: het komt eens goed allemaal.
En, God dank, ik moest vreselijk huilen. Minutenlang. Met diepe snikken en veel tranen.
Ik vertelde het even later aan Kathleen en m’n kinderen. Zonder schaamte. Ik houd van hen en van m’n ouders.

woensdag 4 april 2012

Mijn moeder is overleden


Mijn moeder is vanmorgen rond half negen overleden.
Toch wel wat onverwacht. Maar zij en wij waren er wel klaar voor.
Ik werd niet overmand door verdriet toen mijn zus mij belde.
Pas toen ik bij mijn vader de kamer binnentrad en daar mijn broers en zussen, de begrafenisondernemer en mijn vader samen zag kwam de fysieke emotie: tranen en een huilbrok in mijn keel die normaal praten verhinderde. Ik huilde even. En omarmde mijn lieve broers en zussen.
Ik bekeek het lichaam van mijn moeder. Drukte een afscheidskus op haar voorhoofd. Voelde haar koude geel gekleurde arm en hand. Haar mond stond in de mij bekende, berustende stand: de mondhoeken iets naar beneden. In zekere zin toch wel vredig, hield ik mezelf voor. En had er in elk geval zelf vrede mee. Het is goed zo.
En we hadden een goede dag samen. Al regelend en pratend met elkaar.
Toen ik weg zou gaan twijfelde ik. Zal ik nog één keer kijken naar haar? Ik deed het toch maar. In de deuropening van de slaapkamer. Haar huidskleur nóg geler. Heel erg dood was ze. Ik dacht: Zij ziet mij nu vanuit de hemel naar haar lichaam kijken. Ik dacht: zij ziet en kent mij nu volledig. In de hemel bestaan geen geheimen. Ik dacht: zij ziet mij en houdt volledig van mij. In de hemel kan liefde alleen maar onbegrensd zijn.
Het was een blijde verdrietige dag.
Dag mamma!